Interview: Joke Stegeman

Mijn naam is Joke Stegeman. Ik ben in 1944 in Neede geboren, waar ik tot m’n trouwen gewoond heb. In 1964 heb ik mijn man, Jan Stegeman ontmoet.

Mijn jeugd

Op mijn jeugd kijk ik met veel plezier terug. Geluk en vrijheid waren kenmerken en m’n ouders waren er aanvankelijk om onze kleine “kind-problemen” op te lossen.

Wij mochten genieten van onze jeugd.

Het wekelijkse kerkbezoek was in die tijd niet de gewoonte, maar gebeurde met wisselende tussenpozen. Wel gingen we als kind bijna elke week naar de Kindernevendienst die na kerktijd werd gehouden. Ik bewaar er zeer goede herinneringen aan.

Naar mate we ouder werden brachten m’n ouders ons steeds meer verantwoordelijkheid bij voor onze eigen keuzes en respect voor de ander met een andere geloofsovertuiging. Ik herinner me de opmerking van m’n moeder nog goed als ze regelmatig zei als ik een beslissing nam waar ze niet mee eens was: “Kind, het is jouw leven, maak je eigen keuze en neem daarbij je eigen verantwoordelijkheid.”

Mijn geloofsgroei heb ik vooral op catechisatie gekregen, waar ook het RK-geloof regelmatig te sprake kwam.

In het verlengde daarvan bezochten we ook de RK-Kerk.

Mede daardoor ben ik in m’n geloofsovertuiging breed gaan denken met respect voor iedereen.

Neerbuigende opmerkingen die in Neede regelmatig te horen waren over zowel “Roomsen” en “Fienen” hebben me altijd tegen gestaan. Het ging in tegen het respect dat we voor de ander moeten hebben.

Een hoogtepunt was wel de dienst waarin ik belijdenis mocht afleggen: openlijk laten weten dat je je leven met God wilt delen. Dat is in m’n leven altijd gebleven. Zonder geloven kan ik niet leven. Het is voor mij een houvast in deze turbulente wereld.

Wierden

In 1968 zijn Jan en ik getrouwd en in Wierden komen wonen. Onze trouwtekst: “We hebben lief omdat Hij ons eerst heeft liefgehad” (1 Joh. 4: 19). Een tekst die het hele leven met me mee is gegaan en heeft op “stroeve momenten” een belangrijke rol gespeeld. Het leidde meestal tot goede gesprekken.

We kregen twee dochters, Renate en Mirjam. Het maakte me dankbaar: liefde hebben we gekregen. Destijds gingen aanvankelijk kerken in de Dorpskerk waar de zwaarmoedigheid me al snel tegen ging staan. We raakten wat van de kerk vervreemd tot we oude Kapel aan de Burg. Warnaarstraat ontdekten. Het werd, was en is een mooie tijd.

Op Witte Donderdag in 2004 is onze dochter Renate plotseling – na een kort ziekbed overleden. Aanvankelijk was er naast diep verdriet ook boosheid.

Door de jaren heen heeft dat plaats gemaakt voor leven vanuit de Opstanding, al blijft het zwaar om mee te leven.

Pasen is en blijft de kern van m’n geloofsleven: de dood heeft niet het laatste woord. God heeft dit niet gewild. Sommige dingen gebeuren en kun je niet verklaren.

Ik werd me bewust van de gedachte dat je je kinderen te leen hebt. Ze zijn niet je eigendom. Je hebt ze tijdelijk, ze gaan hun eigen weg. Deze gedachte heeft me erg geholpen om het overlijden van Renate te verwerken, alsmede onderstaand Indiaans gedicht, dat ik graag met u wil delen:

Blijf niet aan mijn graf staan wenen,
Ik ben hier niet, allang verdwenen.

Ik ben als duizend zachte winden
overal, maar nergens te vinden.
Ik ben de glinstering op de sneeuw
ik ben het zweven van de meeuw,
het strelend licht op rijpend graan,
de zachte glans van volle maan.
En als je opstaat ied’re morgen
met je dagelijkse zorgen
ben ik als de vogels die zweven
om je levenslust te geven.
Ik ben de stralende ster in de nacht
het universum in haar pracht.

Blijf niet aan mijn graf staan wenen,
Ik ben hier niet, allang verdwenen.

M’n Godsbeeld

Mijn man Jan en ik hebben zo nu en dan geloofsgesprekken naar aanleiding van een kerkdienst of gebeurtenissen in de wereld. Daar geniet ik erg van. Steeds komt dan onze trouwtekst weer om de hoek kijken. Toch blijft ook bij tijd en wijle de twijfel m’n bondgenoot, zeker als ik de gebeurtenissen in de wereld overzie. Dan helpt m’n visie van mens-eigen-verantwoordelijkheid me.

Dat maakt dat m’n Godsbeeld door de jaren heen sterk is veranderd. Aanvankelijk zag ik God als een liefdevolle Vader. Ouder geworden realiseer ik me – zoals ik reeds schreef – dat de mens een eigen verantwoordelijkheid heeft gekregen en van daaruit moet handelen, zowel in het klein – tussen mensen onderling – als in het groot bij het wereldgebeuren. We kunnen God niet ter verantwoording roepen.

Toch weet ik dat Hij me beter kent dan dat ik mezelf ken. Het besef dat het niet nodig is om al m’n vragen, gedachten en gevoelens voor Hem onder woorden te brengen geeft me rust. Hij verstaat van verre mijn gedachten.

De mensen om me heen reiken me daarbij regelmatig “antwoorden” aan, waarbij dankbaarheid voor mij wezenlijk is.

De Kapel

De veelkleurigheid van de kapelgemeente past bij mij, waarbij we het respect voor elkaars overtuiging nooit uit het oog mogen verliezen. Voor mij is de kerkgang vooral het samenzijn rond geloof, samen bidden en werkelijke gemeenschap vieren. Daarbij geniet ik van de warmte die er in de kapelgemeenschap heerst.

 

Categorieën: Geloven in de Kapel

Reacties

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *