Geloven in de Kapel: Jong en oud

Twee generaties stellen elkaar tijdens de koffie pittige vragen over God, de Bijbel, de zin van het leven, de samenleving en vooral: “wat je raakt in de Kapel”.

Peet Lub: Ben je een leven lang lid geweest van de Kapel? Ben je gedoopt in de Kapel? Waar en wanneer?

Harrold ten Broeke: Nee, ik kom van de Hervormde Gemeente, we kerkten in de Taborkerk. Er werd eigenlijk verwacht van ons dat wij mee gingen naar de Kerk. Doordat mijn vader organist in Vriezenveen was (en nog steeds is) gingen we meestal met mijn moeder mee naar de Taborkerk, maar ook af en toe mee naar de Westerkerk in Vriezenveen als mijn vader daar moest spelen. Toen ik ouder werd ging ik niet meer, maar na verloop ging ik het missen en zijn we – met m’n vriendin destijds – gaan zoeken. Uiteindelijk kwamen we in de Kapel terecht. Door de druk die ik vroeger voelde, laten we onze kinderen nu vrijer.

P: Je bent één van de velen. Ik weet dat de Kapel rond 1980 behoorlijk gegroeid is. Vele mensen kwamen over van de Dorpskerk. Zelf kom ik uit de Gereformeerde Kerk. Kinderen mochten toen niet aan het Avondmaal, maar door ds. Blaauw mocht dat ineens wel.

Waarom ga jij naar de kerk?

H: De kerk hoort bij mijn geloof, maar ik ga niet elke zondag. Ik kan niet zonder, alhoewel ik – als ik zondagmorgen buiten fiets op mijn mountainbike of racefiets – me ervan bewust ben dat ik ook dat van God krijg. Ik heb een tijdje geen kerk bezocht, maar dat was toch een gemis. Daarna heb ik belijdenis gedaan, en dat vond ik heel fijn.

P: Ja, waarom ga ik naar de kerk? Ik ben niet zo’n trouwe kerkganger. Dat komt ook omdat mijn vrouw lid is van “Aan de Regge” een vrijzinnige geloofsgemeenschap in Rijssen. Ik ga ook wel eens met haar mee. En ik ga vooral omdat ik hoop, dat ik iets hoor. Iets beleef, iets voel dat me raakt. Zodat ik denk: “daar gaat het om in het leven of dat is de zin”. Het is vooral het zoeken van antwoorden op vragen naar de zin en bedoeling van dingen in het leven. Dus die over de wat diepere delen van het leven gaan.

Na de dienst koffie drinken.

P: Dit samenzijn vind ik ook erg belangrijk en gezellig.

H: Ja, het samenzijn.

P: Ja, die verbondenheid is één van de kenmerken van de gemeenschap. Juist in deze tijd van corona. Vriendschappen die bestaan, dankzij het feit dat je elkaar ontmoet, als je met elkaar praat of je samen dingen doet. Als je nou door de corona helemaal je vrienden niet meer ziet. Bv. een half jaar of eventueel een jaar niet. Wat is vriendschap dan?

H: Maar wat is vriendschap als corona voorbij is. Zie je de mensen nog wel? En wat doe je zelf? Dat maakt een groot verschil.

P: Ik voel me verbonden met de Kapel vanwege de mensen die ik daar zie.

H: Dat is zeker waar.

Geraakt worden in de kerk.

H: Heeft u dat de laatste tijd gehad?

P: Een tekst die centraal staat en waar dan iets over wordt gezegd dat mij kennelijk raakt. Ja, dat vind ik heel lastig om dat in woorden te vangen. Maar dan voel ik mij aangesproken, niet op het niveau van het verstand, maar het is op het niveau van het gevoel of zeer diepe bewustzijn. Ik ervaar iets dat me ontzettend goed doet, of dat me aanspreekt, of waardoor ik geïnspireerd wordt. Dat ik denk: “Dat moet ik doen.” Of ik zie ineens dat ik dat en dat moet veranderen in de richting van een mens. Hoe dan ook. Ja ja, het komt heel veel voor. Een paar maanden geleden is er een dienst geweest, waar nogal een discussie over is geweest. Die voorganger zei ook een aantal dingen die mij buitengewoon aanspraken. Ik ben dat niet zo gauw, want ik ben nogal rationeel ingesteld. Ik was ontroerd. Dan wordt er een snaar geraakt, buiten je verstand om, dan wordt je ziel geraakt.

De liederen.

P: Wat spreekt jou van een dienst het meest aan?

H: Vooral de liederen. Er zijn er die ik heel mooi vind. In deze coronatijd zijn het ook vaak YouTube filmpjes. Als ik die terug hoor op de radio dan denk ik: “O ja”. Dat geeft goede herinneringen. Bijvoorbeeld de clip van Herman van Veen: “Suzanne.” Maar zeker ook de overdenking. Waar gaat dat echt over, en hoe diep gaat het.

P: Daarin verschillen wij, denk ik, een beetje. Ik heb dat niet zo erg bij die moderne liederen. Maar ik denk dat de kerk vorm moet bieden en een verhaal vertellen dat alle generaties aanspreekt.

H: Mag ik daarop inhaken. Ik vind de moderne liederen mooi. Ook een keer op kerstavond, twee jaar geleden, was er de Pop2000dienst. Een geweldige dienst, maar niet op dat moment. Maar de oude psalmen vind ik ook erg mooi.

Wat geloof je?

P: Dat is ook een heel moeilijk iets. Dat kwam tijdens een gespreksavond—een tijdje geleden— aan de orde. Schrijf nou eens op wat je gelooft. Alsof je zelf een belijdenis zou moeten schrijven. Voor mij was het resultaat heel beperkt. Gelovig, gelovig? Ja. Ik vertrouw er maar op. Ik geloof dat er een God is die mij ziet. En verder weet ik een hele hoop dingen niet. Ik heb een hoop aarzelingen. Maar blijf vertrouwen en hopen dat het allemaal goed komt. Tja, dat is wat ik geloof, kort samengevat.

H: Ik kan me daarin wel vinden.

P: Het is voor mij heel lang zoeken geweest wat de rol en de plaats van Jezus is. Als je nou bedenkt hoe bij ons in de Kapel nu het avondmaal wordt gevierd, dan is het avondmaal een gedachtenisverhaal. Dat is ook tegelijk het symbool van de verzoening door het bloed van Christus. Dan is er een God die dus wil dat er iets verzoend moet worden. Daar heb ik erg veel moeite mee. Zo zie ik God niet. Je kunt alleen maar over een god praten in beelden. Ik heb een beeld van God dat liefde of licht of ruimte of hulp of bijstand is, dat is God. Maar geen God die vindt dat er iets verzoend of gebroken moet worden. Dus ja, daar denk ik toch wel heel anders over dan ik vroeger dacht.

H: Je kunt het niet in woorden vatten. Kijk, ik ben er heilig van overtuigd dat er iets is tussen hemel en aarde. Dus ja, d’r is echt wel meer dan wij kunnen waarnemen. En er zijn mensen met een zintuig die iets meer kunnen zien of kunnen voelen. Er is dus zeker meer. En noem het God, noem het anders. Wij noemen God een drie-eenheid. Geloof je in God? Geloof je Jezus? Ja, anders ben ik geen christen. Een oom van mijn vrouw is moslim. Ik vind het bijzonder interessant om er met hem over te praten. Hoe kijken de moslims tegen het geloven aan. Hij zegt: “Waarom moet je met cartoons onze profeet beledigen”. Eigenlijk was ik het met hem eens. Maar als je kijkt naar moslims, hoeveel diepgang en kennis die hebben van de koran, daar kan ik, met mijn kennis van de Bijbel, nog iets van leren. Maar niet alleen hun kennis, ook van hun gedrevenheid. Ik vind dat erg mooi om te zien. Misschien heeft hij gelijk, misschien heb ik gelijk? Maar erg mooi om te zien.

P: Net als: “Geloven in de Kapel”. Van redelijk traditioneel tot heel vrijzinnig. Ja, maar we hebben allemaal een plaats binnen de Kapel en die ruimte is er. Dat wordt ook gerespecteerd naar elkaar. In dat opzicht kunnen wij al een beetje oefenen voor de samenleving. We moeten naar een samenleving waar we elkaar ruimte geven. En je moet niet te fanatiek vasthouden aan die vrijheid van meningsuiting, het wel levend houden, maar de ander niet kwetsen.

H: Ja, dat vind ik ook.

En hoe kijk je tegen de Bijbel aan?

H: Wel, als een door mensen geschreven boek. Deels wel door God ingegeven misschien, maar niet alles wat daar staat moet je nemen zoals het er staat. Je kunt de teksten compleet anders lezen. Hoe is het? Hoe moet je het zien?

P: En wat bedoel je met: “Door God ingegeven?“

H: Ik geloof best wel dat er dingen juist zijn, ook voor deze tijd. Maar als je gaat relativeren en nadenken over Genesis, dan denk je: “Hoe kan dat dan? Of moet je dat totaal anders zien, moet je er op een andere manier naar kijken? Juist in deze tijd.”

P: Ik ben grootgebracht met het idee dat jij ook hier in de Dorpskerk kende. De Bijbel is Gods Woord, van kaft tot kaft. Alles wat er in staat. Dat is waar. Dat klopt. Nou, tja, dat geloof ik niet meer. Ik lees de Bijbel als bezinning van mensen op God, op een relatie met God, op de hulp van God. De Bijbel bevat een schat aan rijke verhalen. Ja het zijn allemaal losse geschriften, zesenzestig boekjes die uiterst waardevol zijn. Waar boodschappen in zitten, waar we in onze tijd nog heel veel uit kunnen halen. Het is een heel wijs boek. Maar ik zou daar niet de stempel op willen zetten: “Gods Woord, van kaft tot kaft.”

H: Ook al bent u misschien een keer zo oud als ik ben, u denkt daar vrijzinnig over. Als ik naar mijn ouders kijk, dan worden ze wel makkelijker hierin, maar dat zou ik zeker niet vrijzinnig willen noemen.

P: Mijn vader werd heel mild in zijn ouderdom. Hij had een hart voor allerlei vernieuwingen, voor nieuwe gedachten. Voor een nieuwe theologie had hij veel interesse. Maar de laatste paar jaren van zijn leven, de laatste twee, drie jaar greep hij toch weer terug op de oude zekerheden. Toen die zwakker begon te worden, qua gezondheid, enzovoort. Dat vonden wij ook een natuurlijk proces. We genoten van de tijd dat hij mee groeide. En toen hij zei: “Van nou, ik ga toch weer een beetje terug naar het oude” vonden we dat ook goed.

P: Iets anders. Heb je in het leven van alledag ook iets aan datgene wat je op zondag hebt gehoord? Is er een relatie aan wat je over houdt aan zo’n dienst en wat je in de week moet doen?

H: Ja, af en toe zijn er dingen die blijven hangen, of waar je iets mee doet. Maar de vraag blijft hoelang dat blijft hangen.

P: Juist. Maar dan is het ook goed, denk ik, van met regelmaat naar de kerk gaan. Want de kans dat je iets hoort of meemaakt dat je kan helpen of inspireren wordt daar alleen maar groter door. Alle kleine dingen hebben ook hun uitwerking. Een grote revolutie, een vernieuwing, dat moet je niet verwachten. Het is de hulp in de kleine dingen. Daar word je mee geholpen.

H: Ja, juist die kleine dingen moet je zien, willen zien en vervolgens vastpakken.

Categorieën: Geloven in de Kapel

Reacties

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *