Geloven in de Kapel: Magda Westenberg

Buiten staat de natuur te juichen. Binnen is verwondering en vreugde die gedeeld moeten worden. ”We hebben een zusje, een zusje!” roepen mijn drie broers op straat. “Gefeliciteerd”, klinkt het overal.

Maar buiten, het is 1941, vindt ook een dramatische uitbreiding van de oorlog plaats: de Duitse aanval op de Sovjet-Unie. De bombardementen kwamen en de honger. Maar kleuterschooltje kon je ook thuis spelen en mijn vader was die grote man van weinig woorden, die een ingenieuze oplossing vond voor het voedselprobleem.

Christelijke traditie

Mijn ouders kwamen beiden uit een Gereformeerd nest en zetten die christelijke traditie voort in hun eigen gezin.

Wij beantwoordden aan alle stereotypen van het Gereformeerd-zijn: van hardop Bijbellezen aan tafel tot en met het VU-busje op de schoorsteenmantel en natuurlijk de Gereformeerde school en zondags ter kerke.

Het geloof was daarentegen nauwelijks een onderwerp van discussie. Mijn vaders visie was bekend.

Hij haalde vaak Prediker en de Bergrede aan: “IJdelheid der ijdelheden…..” en “Zalig zijn de zachtmoedigen, want zij zullen het aardrijk beërven”.

De boodschap was duidelijk:

ontdoe je in je geloof van overbodige ballast,
bekijk het leven met een relativerende blik
en bepaal je tot het essentiële van het menszijn.

Als er onenigheid heerste tussen de broers (4) en mij, dan werd ons door mijn moeder toegeroepen: “Och kinderen, maak toch geen ruzie. Jullie zijn allemaal kinderen van één Vader”. En daar werd de biologische niet mee bedoeld…

Wat hield de toekomst voor mij in?

Dat werd eerst maar eens de Christelijke Kweekschool in Leiden en na een verblijf in Engeland, kwam ik, of all places, in Nijverdal.

Een orgelspelende jongeling bekoorde mij en de rest laat zich raden. Na getrouwd te zijn, volgde wat getrek door Nederland.

We strandden in 1975 in Wierden…voor ons en de inmiddels geboren dochter en zoon, een fijne plek. Onze banen bij het onderwijs bevielen ons prima.

Buiten staat de natuur te juichen. Binnen staan onze kinderen die bloesempracht te bewonderen. “Dat is allemaal door God geschapen”, zegt de één.

“Ja, dat weet ik”, zegt de ander, “maar wie heeft dan God geschapen?” Het is even stil. “Nou, die was er gewoon!”

Om jaloers op te zijn! Geen eindeloos ontrafelen van iets wat niet te bevatten is. Geen spanningsveld tussen het geloof en het verstand. Ooit zei de filosoof Blaise Pascal: “Het hart heeft zijn redenen, die de rede niet kent”. Prachtig! En zo traden wij de Gereformeerde kerk in Wierden binnen.

Helaas, er was al gauw een “maar”: we voelden er ons niet thuis.

We besloten af te haken en op zoek te gaan. Eén ding is mij duidelijk geworden in gesprekken met leden van de Kapel: we hebben vrijwel allemaal een geschiedenis van zoeken gemeen.

Als Kapelleden zijn we geen ontheemden meer, maar mensen die een thuis gevonden hebben en samen “en route” willen gaan.

De kinderen vlogen uit, ze vonden hun eigen stekkie. En wij werden krasse gepensioneerden. We gingen wat meer naar Frankrijk en ons leven werd nog rijker door de geboorte van 5 kleinkinderen, waarvan een tweeling. Het leven lachte ons toe!

De Kapel

In de Kapel zongen en speelden we in projectkoren.

Samen verwezenlijkten Wim en ik muziek en tekst bij de kruisstaties, die door enkele deelnemers aan een nachtwake geschilderd waren en in de dienst van Goede Vrijdag 2011 gebruikt werden.

De woorden van Jezus toen Hij zijn moeder en zijn beste vriend nog bij het kruis zag staan, zijn mij bijgebleven: “Kijk, hij is voortaan je zoon,” tegen Maria en tegen Johannes: “Kijk hier is je moeder”. Vanaf dat moment nam die leerling haar bij zich in huis.

Zorg voor elkaar hebben en een gemeenschap vormen: een opdracht aan de hele wereld. Ons open stellen voor een Leven dat groter is dan pijn en lijden. Wat een verrijking!

Ik kwam ook steeds meer onder de indruk van Maria. Universeel symbool voor vrouwzijn en moederliefde, vreugde en verdriet, troost en bescherming.

Hoe vaak had ik al niet in een kerk, bij het Mariabeeld, een kaarsje aangestoken voor Milot, ons kleindochtertje, tweelingzusje van Danae, dat we na 1,5 jaar moesten missen.

Kun je ooit nog geluk en vrede voelen wanneer je het lijden ziet in de ogen van de ander en jezelf?

Hoe kun je die pijn wegnemen? Ik wist het toch: zoek de essentie van je mens zijn.

Schepping

Michelangelo: Schepping van Adam.

Laat aan God het privilege van de Schepper, maar bouw voort aan Zijn schepping. God zet Zijn creatie immers voort via ons, d.w.z. stel je open voor het leven van de levenden.

Een hartelijke aanwezigheid, een glimlach, een mooi gedicht, het visualiseren van mijn verdriet d.m.v. het schilderen, en het goddelijke vioolconcert voor 2 violen van J.S. Bach, waarin het serene Largo me rust gaf, het heeft me inniger met de mensen uit mijn omgeving èn met het leven verbonden.

Toen de dichter Martinus Nijhoff schreef “Lees maar, er staat niet wat er staat,” heeft-ie misschien niet aan de Bijbel gedacht, maar ik wel! Wat een boeiend, maar moeilijk boek! Hoe moet ik die prachtige verhalen duiden? Wat is er symbolisch in, welke metafoor is erin te vinden, in welke cultuur of tijd spelen zij zich af?

Leerhuizen, een cursus Hebreeuws, commissies in de Kapel die een dienst in een ander jasje steken, nieuwe theologische inzichten, ik laat het allemaal gefascineerd op mij inwerken. Ik heb zeker 3000 preken beluisterd, maar eigenlijk springt er maar één uit: ergens in Zuid-Limburg, in een klein kerkje, zong een dominee het Paasevangelie. Mijn vragen verstomden.

Ik zei tegen de amandelboom:
“Zuster, spreek tot mij over God”.
En de amandelboom ging bloeien.

Jezus ontmoet zijn moeder.

De knielende Moeder van Smarten bevindt zich tegenover haar Goddelijke Zoon.

Maria helt iets achterover, de knieën vooruit, het hoofd in de hals, de handen open gevouwen. Zij is bereid om mee te lijden met haar zoon.

Er spreekt lijdensmoed uit, een kordate kracht om alles wat de Zoon lijdt mee te lijden.

(Jan Toorop)

 

Een manier

Als er geen God is,
god wat is er dan?
Een raar geluid? en
waar komt dat dan uit,
niet eens van buiten
als ik tot slot
ja, sterf eigenlijk, god,
wat vergaat er op dat ogenblik,
de wereld of ik?
Zie ik over al dat land
dan de schaduw,
het zweet, de hand
neerdalen en ik kan
niet meer opzij, laat mij dan
goed gaan liggen om och
tegen wie praat ik eigenlijk nog?

Leo Vroman

 

Categorieën: Geloven in de Kapel

Reacties

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *