Ds. W. Oosterhof

Vierde zondag van de veertigdagentijd

Uit Johannes 6:

Jezus​ pakte het brood dat de jongen bij zich had, en dankte God voor het voedsel. Daarna begon hij het brood uit te delen. Met de ​vis​ deed hij hetzelfde. En de mensen konden zo veel eten als ze wilden.

Toen iedereen genoeg gegeten had, zei ​Jezus​ tegen zijn ​leerlingen: ‘Haal het eten op dat over is. Er mag niets achterblijven.’

De ​leerlingen​ haalden alles op wat over was van de vijf broden. Het waren twaalf manden vol met brood.

Reacties

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *