Bericht van INLIA over een weeskind

Een getraumatiseerd weeskind wegsturen…

Als 10-jarig jongetje vond hij de lichamen van zijn vermoorde ouders. Hij is nu 35. Leeftijdsgenoten zijn volop bezig met gezin en loopbaan. Simon niet.
Als asielzoeker zonder verblijfsvergunning heeft hij, in de 19 jaar dat hij hier is, geen baan kunnen krijgen. Nederland wilde hem uitzetten naar Tanzania.

Hij kwam uit school. Nietsvermoedend. Thuis treft hij zijn ouders vermoord aan. Afgeslacht in het geweld dat honderdduizenden mensen het leven kost in Burundi in de jaren ’90.

Simon is tien. Hij vlucht. Dat doen veel meer mensen; hij sluit zich aan bij een groepje. Zo komt hij in Tanzania terecht, uiteindelijk in hoofdstad Dar es Salaam. Daar leeft hij op straat, met andere weeskinderen.

“Er is niemand die je troost”

Hij poetst schoenen, wast auto’s, sjouwt spullen. Een hard bestaan. “Er is niemand die je troost.” Simon vertelt er aarzelend over, buiten bij de opvang van INLIA. De zon schijnt, Burundi en de afschuwelijke gebeurtenissen lijken ver weg. Maar niet in Simons hoofd.

Hij kwam per toeval in Nederland terecht. Het leven op straat in Dar es Salaam is risicovol. Simon is er erg bang. Daarom klimt hij op een gegeven moment stiekem aan boord van een schip. Waarheen het vaart weet hij niet. Rotterdam, blijkt. Het is januari 2002 als hij arriveert. Simon is zestien.

Hij vraagt asiel, als alleenstaande minderjarige asielzoeker uit Burundi. Voor dat land geldt dan een zogeheten ‘categoriale bescherming’: mensen worden er niet naar toe terug gestuurd en krijgen in principe een verblijfsvergunning. Toch wijst de IND de aanvraag af. Volgens de dienst kan Simon terug naar Tanzania. Ook in het beroep in 2004 blijft de IND daarbij.

Te laat

Een jaar later erkent de IND dat Simon niet in Tanzania terecht kan. Maar zijn opvolgende asielaanvraag is te laat: het categoriale beschermingsbeleid voor Burundi is inmiddels opgeheven. Dat de IND bij de eerste asielaanvraag meteen had kunnen (moeten?) erkennen dat Simon niet naar Tanzania kon en recht had op asiel, dat dondert niet. Asiel afgewezen.

En zo valt Simon tussen wal en schip. Zonder vergunning kon en kan hij niet naar school of een baan krijgen. Hij zou het willen: een vak leren. “In de bouw werken, dát lijkt me fijn! Er zijn toch huizen nodig?” Maar veel hoop heeft hij niet.

 

Categorieën: Nieuws

Reacties

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *