Nieuws van de PKN

De gereformeerde kerk Garderen wordt opgenomen als gemeente van de Protestantse Kerk in Nederland. Dat heeft de kleine synode vandaag unaniem besloten. Voortgezette Gereformeerde Kerk

In 2004 - bij het ontstaan van de Protestantse Kerk - besloot de gereformeerde kerk Garderen zich niet aan te sluiten bij de Protestantse Kerk, maar verder te gaan als voortgezette gereformeerde kerk. Dat had toen te maken met de angst voor het verlies van bezit en zorgen over bepaalde vrijzinnigheid binnen de Protestantse Kerk.

De gereformeerde kerk Garderen geeft echter in een brief aan scriba René de Reuver aan dat zij zich niet meer thuis te voelen binnen de Voortgezette Gereformeerde Kerken in Nederland. "Enerzijds door de fysieke afstand en anderzijds door de geestelijke afstand die wij ervoeren."

Gemeente is veranderd

Namens de gereformeerde kerk Garderen was de 'commissie Toekomst' aanwezig bij de vergadering van de kleine synode. Deze commissie bestaat uit Herman Kool, Herman Roozenbeek en Albert Hoefakker.

Een aantal leden van de kleine synode vroegen aan de delegatie van de gereformeerde kerk Garderen wat er in de gemeente veranderd is ten opzichte van 2004.

Herman Kool gaf aan dat in de loop van de jaren de bezwaren uit 2004 verdwenen. "Onze gemeente is veranderd." Lachend voegt hij eraan toe: "Noem het meer vrijzinnig, meer evangelisch, of gewoon gereformeerd. Hoe je het ook noemen wilt, we willen graag bij de Protestantse Kerk horen."

Horen bij de Protestantse Kerk

De leden van de 'commissie Toekomst' van de gereformeerde Kerk Garderen spraken met diverse kerkgenootschappen om te onderzoeken bij welk kerkgenootschap de gereformeerde kerk Garderen zich zou willen aansluiten. Tijdens een gemeenteavond van de gereformeerde kerk in Garderen in september 2016 heeft 85% van de gemeente gestemd voor toetreding tot de Protestantse Kerk.

Kool: "Gemeenteleden gaven aan onderdeel te willen zijn van een grote achterban. We willen als gemeente een groot kenniscentrum dat ons kan helpen bij geestelijke opbouw en kiezen van predikanten. We willen net als andere kerken gewoon bij de Protestantse Kerk horen!"

Geloofsverbondenheid

Scriba René de Reuver is dankbaar voor deze ontwikkeling. "De geschiedenis is zoals die is. Die heeft soms vreemde kronkelwegen en bijzondere zijpaden, maar sommige wegen komen ook weer samen." De scriba geeft aan grote geloofsverbondenheid met de gereformeerde kerk Garderen bij de Protestantse Kerk te voelen. "We horen bij elkaar. We ontvangen u als broeders en zusters. We wensen u vreugde en zegen toe!"

Herman Roozenbeek is dankbaar voor de unanieme beslissing van de kleine synode. "Dank voor uw vriendelijke woorden. We gaan blij bij deze vergadering vandaan!"

Foto: Herman Kool ontvangt van scriba René de Reuver een pennenset van de Protestantse Kerk nadat de kleine synode unaniem besloten heeft over de toetreding van de gereformeerde kerk Garderen tot de Protestantse Kerk in Nederland. Fotograaf: Mirjam Verschoor.

Van Pioniersplek naar een levensvatbare en zelfstandige wijkgemeente, dat was het doel van CrossPoint. Met steun uit de Solidariteitskas is dat nu bijna gelukt.

Kerk zijn midden in de Vinex, dat is het uitgangspunt van CrossPoint. In 2011 werd de kerk een officiële Pioniersplek in Getsewoud , een nieuwbouwwijk aan de westkant van Nieuw-Vennep. Een Pioniersplek met een missie, vertelt dominee Taco Koster. ‘Vanaf het allereerste begin hebben we gezegd: we zijn kerk midden in deze wijk, dus dan moeten we ook echt op zoek gaan naar wat hier leeft en gebeurt. En vervolgens stellen we ons de vraag: wat maakt geloven relevant voor de mensen om ons heen? We voelen de roeping om iets goeds te delen met de mensen in deze wijk.’

Op eigen benen

‘In 2011 was het ons doel om na drie jaar een zelfstandige en levensvatbare wijkgemeente te zijn’, zegt Taco. ‘In 2014 verviel dan ook de bijdrage van Missionair Werk en Kerkgroei en werden we een zelfstandige wijkgemeente. Maar hoewel het goed ging met onze gemeente en we voor een groot deel al eigen inkomsten hadden, konden we op dat moment nog niet volledig op eigen benen staan. Daarom hebben we toen de Solidariteitskas benaderd.’ De bijdrage uit de Solidariteitskas helpt CrossPoint nu om de jaren te overbruggen tot de gemeente definitief in haar eigen onderhoud kan voorzien.

Handen en voeten

De titel van het beleidsplan van CrossPoint is Blijvend pionieren. Taco: ‘Het pionieren zit wat mij betreft echt in de vragen: waar haken mensen in de wijk aan, waar beleven ze iets goeds en waar ontdekken ze iets van God? En dat gebeurt soms meer in de marge, dan in de kerk op zondagochtend.’ CrossPoint zoekt bewust de verbinding met de inwoners en organisaties in Getsewoud. ‘We zien hier bijvoorbeeld mensen met problemen op het gebied van relaties, we komen statushouders op het spoor die zich ontzettend eenzaam voelen… Voor hen willen we iets goeds betekenen. Zo organiseren we onder andere een cursus voor mensen die gescheiden zijn. Ook als mensen niet geloven, kunnen we iets delen over de waarde van vergeving – je hoeft geen christen te zijn om daar over na te denken. Ik vind het heel mooi om te zien hoe zo’n groep zich vormt: dat er gesproken wordt over gevoelens van eenzaamheid, dat mensen afspreken om elkaar te blijven ontmoeten. Die diepgang, die ontmoeting – dat laat iets zien van hoe we ons geloof handen en voeten willen geven.’

Solidariteitskas

‘Gemeenten helpen elkaar’ is de gedachte achter de Solidariteitskas die zo’n tien jaar geleden in het leven werd geroepen. De Solidariteitskas wordt gevuld door een verplichte vaste jaarlijkse bijdrage van alle belijdende leden van de Protestantse Kerk. Gemeenten die tijdelijk niet ‘zelfvoorzienend’ zijn, kunnen er een beroep op doen. Bijdragen uit de Solidariteitskas zijn altijd tijdelijk, bedoeld om een gemeente op weg te helpen. 

Heeft uw gemeente een toekomstgericht idee waar geld voor nodig is? Mail het naar steunverlening@protestantsekerk.nl. Misschien is het mogelijk om subsidie van de Solidariteitskas te krijgen.

Vandaag is Wereldvluchtelingendag. Wereldwijd zijn nog nooit zoveel mensen op de vlucht geweest. Wanhopig op zoek naar een veilig bestaan voor hun familie en geliefden, wagen ze hun leven. Laten we hen gedenken en voor hen bidden. Karin van den Broeke, preses van de Protestantse Kerk, schreef een gebed:

God, U die met ons meetrekt,

Wij bidden U voor mensen die ongewild onderweg zijn,
ontheemd, op de vlucht hopend op een veilig bestaan.
Wees met hen in angst en verdriet, in hoop en verlangen.
Geef hen dagelijks brood, behoud van waardigheid, mensen op hun pad die meeleven.

Geef ons dat wij wereldwijd met elkaar een weg van gerechtigheid en vrede kunnen gaan.
Geef vluchtelingen het vermogen zich steeds weer aan te passen.
Laat ontvangende landen, groepen en mensen iets van verrijking ervaren.
Neem weg wat mensen op de vlucht deed slaan.
Schenk ons barmhartigheid en vrede.

Amen

 

Peter van Dijk van uitgeverij Vuurbaak deed de Nationale Protestantentest. De uitslag past hem wel; "Ik zit in mijn hoofd, en in de taal."

'Uit de test blijkt dat ik qua 'protestant zijn', ergens in hang tussen Albert Schweitzer en Nel Benschop. Binnen dat soort uitersten voel ik me wel thuis. Het zegt namelijk dat ik met mijn hoofd bezig ben en met taal... en dat klopt.

Hoofd en hart

Tegelijkertijd geeft dat het probleem weer van mijn protestant zijn. Mijn hoofd en mijn taal zorgen ervoor dat ik alles kan en wil beredeneren, en dat het geloven zelf haast geen kans krijgt om te 'zakken' naar mijn hart. Natuurlijk gebeurt dat sporadisch wel, maar ik heb inmiddels geleerd die momenten enorm te koesteren, omdat ze zo zeldzaam zijn. Was ik dus maar wat minder protestants, en wat meer katholiek, of gewoon... een invoelende volgeling, zonder denominatie.

Mijn werk als uitgever werkt in dit verband ook niet mee. Ik maak boeken en magazines. Dan blijf je dus in je hoofd zitten en in de taal.

Verschuiving

Of toch? Inderdaad: als ik de uitgaven zie die afgelopen jaar via onze uitgeverij de wereld in zijn gestuurd, merk ik een verschuiving die volgens mij heilzaam is. Die althans heilzaam was voor mijzelf en dus hopelijk ook voor onze lezers: minder theologie (sorry, lieve theologen) en meer poëzie.

Meer Benschop dan Schweitzer dus, ben ik bang.

> Peter van Dijk geeft bij uitgeverij Vuurbaak boeken uit als Mijn heldere afgrond, Woestijnvaders en Lang verhaal kort. Daarnaast maakte hij de glossy's 'Jezus!', 'Dood', 'Bonhoeffer' en 'Luther'. www.vuurbaak.nl

Benieuwd op welke protestant u lijkt? Doe de Nationale Protestantentest en ontdek het! www.nationaleprotestantentest.nl

Doet u ook mee aan deze Verhalenrubriek ‘protestants zijn’? Stuur uw bijdrage (max 200 woorden) aan persdienst@protestantsekerk.nl. Indien uw bijdrage geplaatst wordt, ontvangt u aan toepasselijk blijk van waardering.

Toga’s zijn niet rijkelijk gezaaid op Marktplaats, maar sinds vandaag staat er één te koop. De opbrengst? Bestemd voor Kerk in Actie.

Emeritus-predikant Bauke Span uit Zuidlaren is al meer dan twintig jaar met emeritaat, maar herinnert zich nog precies het moment dat hij een nieuwe toga liet maken. ‘Toen ik begon als predikant, had ik een zwarte toga. Dat was eigenlijk een vrij juridisch geval, met zo’n witte bef. De verbouwing van onze kerk in 1985 vond ik een mooie gelegenheid om een nieuwe toga te laten maken. Daarvoor kon ik terecht bij de nonnen in Amersfoort. Ik weet nog dat ik een paar keer heen en weer moest om te passen.’

Uniek

Dat de grijze toga nu al jaren in de kast hangt, vindt hij jammer van het mooie kledingstuk. ‘Mijn vrouw heeft de toga helemaal nagelopen op mogelijke slijtplekjes, maar hij is zo goed als nieuw. Hij ziet eruit alsof hij gisteren gemaakt is.’ En niet alleen de toga is nog in goede staat, ook de bijbehorende stola’s zien er nog goed uit. ‘Geweven en gevoerd door mijn vrouw, dus ze zijn helemaal uniek. Met een speciaal embleempje in de voering.’

Twee vliegen

De emeritus-predikant hoopt dat hij iemand blij kan maken met zijn ‘toga met een verhaal’. Zijn zoektocht naar een manier om de toga onder de aandacht te brengen, eindigde bij de Marktplaats van de Protestantse Kerk. ‘De opbrengst van de verkoop mag naar Kerk in Actie. Zo slaan we hopelijk twee vliegen in één klap!’

> Ga naar Marktplaats om de toga te bekijken (meerdere foto's van de verschillende stola's). Interesse? Doe een bod via Marktplaats

 

Veel uitgeprocedeerde asielzoekers bevinden zich in een schrijnende situatie. Op 18 juni wordt voor hen gecollecteerd.

De opbrengst van de collecte voor het binnenlands diaconaat is onder andere bestemd voor Stichting INLIA, een partner van Kerk in Actie. INLIA heeft tot doel uitgeprocedeerde asielzoekers te helpen om terug te keren naar hun land van herkomst. In het Transithuis krijgen zij hulp om aan een nieuw bestaan te bouwen: een sociaal netwerk, huis en werk in hun land van herkomst. Scriba René de Reuver bezocht het Transithuis begin juni en was onder de indruk: ‘Het lukt INLIA om uitgeprocedeerde asielzoekers een plek te bieden waar zij, ongeacht hun verleden, veilig zijn. Ze worden in hun waarde gelaten en geholpen om zelf weer de verantwoordelijkheid over hun leven op zich te nemen.’

Nuchter en reëel

Het uitgangspunt van het Transithuis is dat uitgeprocedeerde asielzoekers zich voorbereiden op terugkeer naar hun land van herkomst. Wanneer terugkeer echt geen optie is, zet INLIA zich ervoor in dat ze toch in Nederland kunnen blijven. De stichting biedt waar nodig praktische, juridische en financiële ondersteuning, en adviseert kerken hoe ze uitgeprocedeerde asielzoekers het beste kunnen helpen. De Reuver prijst de nuchtere en reële aanpak van INLIA. ‘De visie van INLIA doet meer recht aan de realiteit dan de visie van de beleidsmakers in Den Haag, zowel als het gaat om de openbare orde als vanuit financieel en juridisch oogpunt. Dat is ook de reden dat lokale bestuurders het werk van INLIA van harte ondersteunen.’

Geloofsgeheim

Ook vanuit geloofsmatig oogpunt gelooft hij sterk in het werk van INLIA. ‘God ziet in zijn barmhartigheid om naar mensen in nood, zoals deze uitgeprocedeerde asielzoekers. Zijn omzien werkt aanstekelijk. Daarom kan de kerk het niet laten om ook om te zien naar mensen in nood. Dit kan concreet door hun nood mee te dragen, waar mogelijk te lenigen en een stem te geven aan mensen die geen stem hebben. En bovendien: vluchtelingen appelleren aan een geloofsgeheim: pelgrim-zijn, op weg naar het Koninkrijk dat komt. Een christen weet maar al te goed wat het is om vreemdeling te zijn.’

De collecteopbrengst van 18 juni is bestemd voor het Transithuis van INLIA en andere diaconale projecten van Kerk in Actie. In 2017 steunt Kerk in Actie het Transithuis met 30.000 euro. Helpt u mee dit mogelijk te maken? U kunt uw bijdrage ook overmaken op NL 89 ABNA 0457 457 457 t.n.v. Kerk in Actie o.v.v. collecte Diaconaat zomer.

> Lees meer over dit project van Kerk in Actie en het verslag van het bezoek van de scriba door INLIA.

 

Moet de predikant 'alles' kunnen of is het raadzaam hem of haar in te zetten op de eigen specifieke kwaliteiten?

De predikant kan in deze tijd niet anders dan een duizendpoot zijn, zegt Hans van Ark, manager van ‘Kerk en Werk’ in de Protestantse Kerk en voormalig gemeentepredikant. “De huidige tijd vraagt veel verschillende vaardigheden. Je moet goed kunnen preken, sociaal en pastoraal op een hoog niveau functioneren, met jongeren kunnen omgaan en kunnen organiseren. Het klassieke beeld van een predikant verdwijnt omdat we een veelheid aan kerkvormen zien ontstaan. In de gemeente waar je als predikant staat, komt ook een groepje mensen in een huisgemeente bij elkaar, even verderop is een pioniersplek en dan zijn er ook nog jongeren die eens per maand een bijbelstudie houden in het café. De predikant wordt meer een begeleider en coach van al die groepen dan een exclusief aan een gemeente gebonden functionaris. Al is hij een duizendpoot, hij moet wel zijn beperkingen kennen. Wie echt niet goed is in de omgang met jongeren, zou met de kerkenraad kunnen overleggen over de inzet van een jeugdouderling of jongerenwerker. Predikantzijn vraagt in deze tijd andere dingen. Dat betekent dat een theologiestudent zich moet afvragen of hij of zij de gewenste competenties in huis heeft of deze kan ontwikkelen. Iemand die sociaal wat lastig functioneert, krijgt het erg moeilijk.”

Zet de juiste mens op de juiste plek

Het predikantschap is een roeping, zegt Helma Citroen, voormalig voorzitter van de kerkenraad in Lisse. “De dominee is in de eerste plaats herder en leraar, belast met de zorg voor het welzijn van de gemeente. Daar kun je al een dagtaak aan hebben. Er zijn daarnaast genoeg gemeenteleden die veel talenten hebben en met wie je veel kunt neerzetten. Daarbij kan de dominee ruggensteun geven, heel belangrijk. Of dat nu in de vorm van toerusting is of door middel van een gesprek.

Je moet samen met de predikant kijken naar waar zijn kracht ligt. De een is goed op de kansel, de ander in het pastoraat of juist met jongeren. Het zijn witte raven als ze alles kunnen. Het is belangrijk het gesprek aan te gaan. Waar ligt je hart? Waarin ben je goed en waarin niet? Iedereen is blij als de juiste mens op de juiste plek wordt gezet.

Het is een feit dat predikanten juist vanwege dat hoge verwachtingspatroon burn-out raken. Dat zie je soms zelfs bij jongere predikanten. Dat zal ook komen doordat ze óf te veel moeten doen óf dingen moeten doen waar ze niet goed in zijn. Ik merk wel dat jongere predikanten in hun opleiding beter toegerust worden voor hun rol in een gemeente.”

> Blader voor meer reacties door het juninummer van woord&weg

 

Marleeen Schoonderwoerd pleit voor ´back to basics´. Terug naar de basis, de oorsprong van het geloof, de Heer van de kerk.

‘Welk lied of gedicht, welk Bijbelverhaal of welk Bijbels personage betekent veel voor jou?’ vraag ik vaak in mijn traingen. ‘Kun je ook vertellen waarom?’ Vaak volgen hierop waardevolle persoonlijke gesprekken. Dat moeten we vaker doen, hoor ik dan terug.

Volgens mij gaat hierover ‘back to basics’, speerpunt in het beleidsplan Kerk 2025: Waar een woord is, is een weg. ‘Basic’ heeft te maken met wat elementair is en fundamenteel. De basis. De oorsprong. Dat wat aan alles voorafgaat. Ik denk dat het essentieel is dat bij al het werken in de kerk ruimte wordt gemaakt voor die basis. Voor de Heer van de kerk. Voor de Levende die ons leven draagt en voedt. Voor het luisteren naar de Geest van God die in ons persoonlijke bestaan en in actuele vraagstukken op de kerkelijke agenda een richting wil wijzen.

Gesprekspunten

Mijn indruk is dat kerkelijke gemeenten hierin kunnen groeien. Want lang niet altijd zijn dit soort gesprekken vanzelfsprekend. Zeker niet in een setting met veel vergaderpunten, waar beslissingen moeten vallen over gebouwen, een tekort is aan ambtsdragers, er altijd te veel taken zijn en te weinig tijd. Soms zijn mensen niet gewend om te praten over wat ze geloven. Of denken mensen juist te weten wat ze met elkaar geloven. Of zijn de inhoudelijke verschillen heel groot. Soms is het moeilijk om met elkaar in gesprek te zijn vanwege verstoorde verhoudingen. Hoe dan ook is veiligheid essentieel om dit soort gesprekken te voeren. Om kwetsbaar en eerlijk te kunnen zijn.

Lectio divina

In trainingen geef ik aandacht aan ‘de basics’. Een voorbeeld beschreef ik hierboven. Ik werk ook met lectio divina. Een meditatieve vorm van Bijbellezen waarbij mensen met de Schriften, zichzelf en elkaar in gesprek gaan over waar de tekst hen raakt in hun leven van dat moment. Een andere vorm is met elkaar in gesprek gaan over de vraag: wat vinden wij onmisbaar aan de kerk? Waarom is de kerk voor ons van waarde? Welke waardevolle ervaring deed ik onlangs op die mijn geloof voedde? Ook stimuleer ik cursisten om dit op de agenda te houden van de (kerkenraads)vergaderingen en hiervoor in hun persoonlijk leven ruimte te maken.

Aandacht voor ‘back to basics’ is fundamenteel. Het voedt ambtsdragers – en breder, ook andere vrijwilligers in de kerk. Het creëert ruimte voor bezieling, vreugde, ontmoeting, wijsheid. En wellicht confronteert het zo nu en dan. Ik denk dat juist in deze ruimte wegen zichtbaar worden om anno nu, met alle vragen die zich voordoen, gemeente van Christus te zijn. 

Marleen Schoonderwoerd werkt als freelance trainer, gemeentebegeleider en redacteur. Voor meer informatie: www.geestkracht.nu.

Sinds de Reformatie zingen protestanten in de eigen taal. Ds. Klaas Holwerda legt uit hoe dat zo is gekomen.

Ter gelegenheid van 500 jaar protestantisme gaat de estafette ‘Als een lopend vuur’ door alle Nederlandse provincies. ‘Het lied op onze lippen’ is in Noord-Holland het thema. Vijf vragen over protestantse kerkmuziek aan ds. Klaas Holwerda, predikant in Amsterdam en secretaris van de Interkerkelijke Stichting voor het Kerklied.

Aandacht voor protestantse kerkmuziek mag rond 500 jaar protestantisme niet ontbreken?

,,Het zou inderdaad vreemd zijn geweest wanneer het kerklied niet een van de twaalf thema’s was geweest. Het priesterschap van alle gelovigen was een kenmerk van de Reformatie, zeker ook bij Luther. Net als andere hervormers wilde hij het volk een actieve rol in de eredienst geven. De gemeente werd drager van de liturgie in plaats van toeschouwer op afstand van niet-begrepen woorden en handelingen van de geestelijkheid. De Reformatie, Luther niet in de laatste plaats, heeft ingegrepen op dit punt en bijgestuurd.’’

Luther niet in de laatste plaats?

,,Luther was niet de enige, bij hem was het wel een centraal punt: gemeentezang in de volkstaal, niet meer in het Latijn. Hij bewerkte vooral bestaand repertoire, naar tekst en melodie. Luther was evenmin de eerste. De Moravische beweging rond Johannes Hus kende een halve eeuw eerder al kerkliederen in de volkstaal.’’

Luthers liederen worden nog altijd gezongen?

,,Zeker, in het nieuwe Liedboek van 2013 is er een aantal opgenomen in Nederlandse vertaling. Een andere hervormer, Calvijn, pleitte ook sterk voor gemeentezang in de eredienst, al voordat hij in de lutherse gemeente in Straatsburg het lied in de volkstaal leerde kennen. Onder zijn leiding werden in Genève de 150 Hebreeuwse Psalmen in strofische vorm berijmd. In Friesland zong men doopsgezinde liederen en met name in het oosten van het land hadden liederen van Luther aanvankelijk meer ingang dan tot voor kort werd aangenomen. Je moet echter wel concluderen dat het zogenoemde Geneefse psalter van Calvijn een sterk stempel gezet heeft op de protestantse kerkzang in Nederland.’’

Tot op de dag van vandaag?

,,De berijmde psalmen zijn kenmerkend geweest voor de calvinistische traditie. De lutherse en anglicaanse tradities waren muzikaal gevarieerder. In het nieuwe Liedboek zie je die breedte terug, onder meer in onberijmde psalmen die in afwisseling met de cantorij worden gezongen en ander aanvullend liturgisch materiaal. Bij de calvinisten kwam de kerkmuziek vooral op vrijwilligers aan. Lutheranen en anglicanen hebben aan de vorming van kerkmusici hetzelfde belang toegekend als aan de opleiding van predikanten. In hun tradities was er voor de kerkmuziek ook meer financiële armslag.’’

Welke ontwikkelingen ziet u nu?

,,Het Liedboek van 1973 bevat liederen uit de lutherse en anglicaanse tradities, het Liedboek van 2013 is nog veel breder met haar oriëntatie op de wereldkerk en veel meer zangvormen dan enkel het couplettenlied. Verder groeit de belangstelling voor cantatediensten en evensongs, met hun spiritualiteit die het hart aanspreekt. Wellicht is die interesse een reactie op de rationalistische inslag van de calvinistische traditie, die te eenzijdig gericht was op het hoofd, op het Woord, op de preek.’’

> Op 17 juni kan volop gezongen worden tijdens de estafettebijeenkomst ‘Het lied op onze lippen’ in Weesp

Interview: Jan Kas

 

Op zondag 18 juni vindt er in de Hervormde Gemeente Zeist-West een inclusieve dienst plaats, georganiseerd door mensen met een ontwikkelingsachterstand. ‘Het wordt geen knuffeldienst’.

Gerrit van de Berkt is een van de initiatiefnemers: ‘Ik wilde graag een dienst organiseren met mensen die net als ik een ontwikkelingsachterstand hebben, maar het moest geen “knuffeldienst” worden. Veel mensen met een ontwikkelingsachterstand (fysiek of verstandelijk) hebben, worden vaak onderschat in wat zij kunnen. Hun begeleiders denken vaak dat ze het niet aan kunnen.”

Onderschat

Het thema van de dienst is “Jouw woestijn”. Van de Berkt: “Dat slaat op het gevoel dat veel mensen hebben dat je kunt ronddwalen in de woestijn wanneer je niet erkend wordt in wat je kan en wie je bent. In de Bijbel komt het woord handicap niet voor. Terwijl dit woord dagelijks wordt gebruikt om mensen apart te zetten.

De kerkdienst in Zeist sluit aan bij de Prokkelweek van maandag 12 tot en met zaterdag 17 juni. Tijdens deze jaarlijkse week wordt landelijk via allerlei Prokkel-activiteiten aandacht gevraagd voor integratie en participatie van mensen met een verstandelijke beperking.

Het is voor het eerst in het tienjarig bestaan van de Prokkelweek dat er een Prokkel-kerkdienst wordt gehouden. Deze Prokkeldienst wordt door de mensen zelf voorbereid en is bedoeld voor iedereen. Ds Jan-Peter Prenger heeft de dienst voorbereid met Conny Kooymans, Annel van Graas, Peter Planje en Gerrit van de Berkt. In de dienst staan schilderijen centraal die deze week in de schilderworkshop Dialoog in kleur worden gemaakt door mensen met en zonder beperking.

Van der Berkt hoopt dat andere kerken het voorbeeld van Zeist volgen. Voor hen heeft hij tot slot een belangrijke tip voor de organisatie en de invulling van een echt inclusieve dienst: “Stel de mens centraal, niet het fysiek of verstandelijk beperkte deel.”

>De Prokkeldienst wordt gehouden op zondag 18 juni (10.00 uur). Kerkelijk centrum Zeist-West De Clomp 33-02 3704 KB Zeist Bereikbaar met bus 74 vanaf Utrecht-centraal of busstation Zeist. Meer informatie 

De schilderworkshop Dialoog in kleur vindt plaats op 13 juni op dezelfde locatie. Er geldt vrije inloop en deelname tussen 13.30 - 21.00 uur. Meer informatie

www.prokkel.nl Een 'prokkel' is een ‘prikkelende ontmoeting tussen mensen met en zonder verstandelijke beperking’.