Interview met gemeenteleden

Petra Heinen

Een tijdje geleden werd mij gevraagd of Ik een stukje wilde schrijven voor de Prisma. Ik begon al nee te schudden voordat men uitgesproken was, want het is eng om dingen over jezelf te vertellen en dan zeker ook nog een foto erbij.

Maar er kwam een doorslaggevend argument, men zei: “Als iedereen nee zegt dan komt het blad nooit vol”. En dat is juist, soms moet je wat durven in het leven en niet altijd voor de makkelijkste weg kiezen.

Mijn naam is Petra Heinen, geboren in de stad Groningen, 67 jr. oud. Ons gezin was klein met alleen een oudere broer.

Omdat mijn moeder niet met het geloof was opgevoed en mijn vader Gereformeerd was, zijn ze na hun huwelijk naar catechisatie gegaan om een goede tussenvorm te vinden, het werd Hervormd. Ik ben daarom pas met vier jaar gedoopt.

Zondags gingen we naar de kerk, ook lazen we uit de bijbel na het eten. Toen ik 10 jaar was verhuisden we naar Almelo waar achter ons huis de Exodus kapel gebouwd werd.

Daar ging ik als tiener naar de jeugddienst, dit heb ik als prettig ervaren. Ook ging ik naar catechisatie avonden, dat hoorde er gewoon bij. Op mijn 18e ging ik de deur uit om de opleiding voor verpleegkundige te gaan volgen in Deventer.

Na de opleiding heb ik even gewoond in Zwolle, ben getrouwd waarna we in Kampen gingen wonen. Daar was keuze genoeg wat kerken betreft, de Hervormde kerk was zeer behoudend wat niet bij ons paste, daarna gingen we naar de Open Hof in Kampen waar we allebei belijdenis hebben gedaan, ook onze drie kinderen werden er gedoopt.

Helaas werd het huwelijk geen succes, na veel problemen zijn we gescheiden. Nu woon ik met veel plezier al een hele tijd in Wierden.

Wat zoek ik in de Kapel

Het is prettig om samen met andere gelovigen te zijn, het ontmoeten van mensen, het  zingen, een stukje rust vinden en je laten inspireren door de preek.

Het is goed dat de bijbel en het liedboek geregeld een vernieuwing ondergaan, we zijn die moeilijke taal ook niet meer gewend. De Kapel blijft in ontwikkeling, niet vasthouden aan het oude maar staat vernieuwing toe.

Ook de kinderen mogen een rol spelen en gezien worden. In de Kapel mag gelachen worden. Toch kan ik mij soms wat eenzaam voelen omdat al mijn directe familie op één na in het buitenland woont, mis dan wel de warmte van een geloofgemeenschap. Je moet uiteindelijk toch zelf de stappen nemen om wat van je leven maken.

Wat betekent het geloof voor me?

Het loopt als een rode draad door mijn leven, wil graag wat betekenen voor een ander, probeer het goede te doen, roep God aan in nood, maar vergeet ook niet te danken voor de goede dingen in het leven.

Ik ben niet iemand die het geloof naar anderen toe uitdraagt, maar het zit er wel.

Ik zie Gods hand vooral in de prachtige natuur, ook de geboorte van een nieuw leven blijft toch een wonder. Ben dankbaar voor mijn drie gezonde kinderen met aanhang en vijf kleinkinderen waar ik erg van genieten kan.

Begin dit jaar kreeg mijn schoondochter uit Corsica een aneurysma in haar hoofd en lag weken in coma. Ze is nu grotendeels hersteld, op zich een wonder omdat het er zo slecht uit zag. De laatste tijd zijn er een aantal bekenden van mij overleden of hebben nare ziektes, je weet nooit wanneer het jouw tijd is, dus probeer te genieten en stel niet teveel dingen uit.

Een hoogtepunt in het kerkelijk jaar

Dat is voor mij de Paastijd, tijd van bezinning en toeleven naar de opstanding van Jezus. Mooi om de Paascyclus te volgen met de bijpassende liederen.

Ik voel me in die tijd meer verbonden met  de mensen in de Kapel, hou van de rituelen rondom Pasen, het Heilig Avondmaal, de stilte van Goede Vrijdag, het verwisselen van de Paaskaars en het antependium, de liturgische bloemstukken.

Op Paasmorgen zongen we in een tjokvolle Kapel: “U zei de Glorie, opgestane heer” dat gaf een gelukkig gevoel, alsof het nieuwe jaar begonnen was.

Wel heb ik moeite met de opstanding van de gewone mens. Wout las uit de bijbel dat de verdroogde botten weer van vlees en spieren zullen voorzien en tot leven gewekt worden. Hoe zit dat met gecremeerde mensen? Wel geloof ik dat de ziel het lichaam ontstijgt na het sterven. Het blijft moeilijk, niemand kan het ons precies vertellen.

Mijn Godsbeeld

Ook al zo’n lastige vraag. Ik zie God niet als een persoon, meer als een overstijgende kracht. Het is niet van: “Wij bidden en dan wordt ons gebed wel verhoord.” Dan zou er overal vrede zijn en geen ziekte of honger. Wel zien sommige mensen tekenen en opdrachten van God, gaan daar mee aan de slag, hebben veel voor een ander over. Je moet er open voor staan denk ik, verder is het een kwestie van “GELOVEN”.

Een mooi lied vind ik psalm 146c: Alles wat adem heeft love de Here

Alles wat adem heeft love de Here,
zinge de lof van Israëls God!
Zolang ik hier in het licht mag verkeren,
roem ik zijn liefde en prijs mijn lot.
Die lijf en ziel geschapen heeft
worde geloofd door al wat leeft.
Halleluja! Halleluja!

Welgelukzalig is ieder te noemen,
die Jakobs God als helper heeft!
Wat zou hem schaden, wie zou hem verdoemen,
die dag aan dag met Christus leeft?
Wie met de Heer te rade gaat,
die staat Hij bij met raad en daad.
Halleluja! Halleluja! 

Roem dan, gij mensen, en lofzing tezamen
Hem die zo grote dingen doet.
Alles wat adem heeft, roepe nu amen,
zinge nu blijde: God is goed!
Love dan ieder die Hem vreest
Vader en Zoon en heilige Geest!
Halleluja! Halleluja!

Via deze link hoort u dit lied.

 

 

Joke Stegeman

Mijn naam is Joke Stegeman. Ik ben in 1944 in Neede geboren, waar ik tot m’n trouwen gewoond heb. In 1964 heb ik mijn man, Jan Stegeman ontmoet. 

Mijn jeugd

Op mijn jeugd kijk ik met veel plezier terug. Geluk en vrijheid waren kenmerken en m’n ouders waren er aanvankelijk om onze kleine “kind-problemen” op te lossen. Wij mochten genieten van onze jeugd. Het wekelijkse kerkbezoek was in die tijd niet de gewoonte, maar gebeurde met wisselende tussenpozen.

Wel gingen we als kind bijna elke week naar de Kindernevendienst die na kerktijd werd gehouden. Ik bewaar er zeer goede herinneringen aan.

Naar mate we ouder werden brachten m’n ouders ons steeds meer verantwoordelijkheid bij voor onze eigen keuzes en respect voor de ander met een andere geloofsovertuiging. Ik herinner me de opmerking van m’n moeder nog goed als ze regelmatig zei als ik een beslissing nam waar ze niet mee eens was: “Kind, het is jouw leven, maak je eigen keuze en neem daarbij je eigen verantwoordelijkheid.”

Mijn geloofsgroei heb ik vooral op catechisatie gekregen, waar ook het RK-geloof regelmatig te sprake kwam.

In het verlengde daarvan bezochten we ook de RK-Kerk. Mede daardoor ben ik in m’n geloofsovertuiging breed gaan denken met respect voor iedereen.

Neerbuigende opmerkingen die in Neede regelmatig te horen waren over zowel “Roomsen” en “Fienen” hebben me altijd tegen gestaan. Het ging in tegen het respect dat we voor de ander moeten hebben.

Een hoogtepunt was wel de dienst waarin ik belijdenis mocht afleggen: openlijk laten weten dat je je leven met God wilt delen. Dat is in m’n leven altijd gebleven. Zonder geloven kan ik niet leven. Het is voor mij een houvast in deze turbulente wereld.

Wierden

In 1968 zijn Jan en ik getrouwd en in Wierden komen wonen. Onze trouwtekst: “We hebben lief omdat Hij ons eerst heeft liefgehad” (1 Joh. 4: 19). Een tekst die het hele leven met me mee is gegaan en heeft op “stroeve momenten” een belangrijke rol gespeeld. Het leidde meestal tot goede gesprekken.

We kregen twee dochters, Renate en Mirjam. Het maakte me dankbaar: liefde hebben we gekregen. Destijds gingen aanvankelijk kerken in de Dorpskerk waar de zwaarmoedigheid me al snel tegen ging staan. We raakten wat van de kerk vervreemd tot we oude Kapel aan de Burg. Warnaarstraat ontdekten. Het werd, was en is een mooie tijd.

Op Witte Donderdag in 2004 is onze dochter Renate plotseling – na een kort ziekbed overleden. Aanvankelijk was er naast diep verdriet ook boosheid.

Door de jaren heen heeft dat plaats gemaakt voor leven vanuit de Opstanding, al blijft het zwaar om mee te leven. Pasen is en blijft de kern van m’n geloofsleven: de dood heeft niet het laatste woord.

God heeft dit niet gewild. Sommige dingen gebeuren en kun je niet verklaren.

Ik werd me bewust van de gedachte dat je je kinderen te leen hebt. Ze zijn niet je eigendom. Je hebt ze tijdelijk, ze gaan hun eigen weg. Deze gedachte heeft me erg geholpen om het overlijden van Renate te verwerken, alsmede onderstaand Indiaans gedicht, dat ik graag met u wil delen:

Blijf niet aan mijn graf staan wenen,
Ik ben hier niet, allang verdwenen.

Ik ben als duizend zachte winden
overal, maar nergens te vinden.
Ik ben de glinstering op de sneeuw
ik ben het zweven van de meeuw,
het strelend licht op rijpend graan,
de zachte glans van volle maan.
En als je opstaat ied’re morgen
met je dagelijkse zorgen
ben ik als de vogels die zweven
om je levenslust te geven.
Ik ben de stralende ster in de nacht
het universum in haar pracht.

Blijf niet aan mijn graf staan wenen,
Ik ben hier niet, allang verdwenen.

M’n Godsbeeld

Mijn man Jan en ik hebben zo nu en dan geloofsgesprekken naar aanleiding van een kerkdienst of gebeurtenissen in de wereld. Daar geniet ik erg van. Steeds komt dan onze trouwtekst weer om de hoek kijken. Toch blijft ook bij tijd en wijle de twijfel m’n bondgenoot, zeker als ik de gebeurtenissen in de wereld overzie. Dan helpt m’n visie van mens-eigen-verantwoordelijkheid me.

Dat maakt dat m’n Godsbeeld door de jaren heen sterk is veranderd. Aanvankelijk zag ik God als een liefdevolle Vader. Ouder geworden realiseer ik me – zoals ik reeds schreef – dat de mens een eigen verantwoordelijkheid heeft gekregen en van daaruit moet handelen, zowel in het klein - tussen mensen onderling - als in het groot bij het wereldgebeuren. We kunnen God niet ter verantwoording roepen.

Toch weet ik dat Hij me beter kent dan dat ik mezelf ken. Het besef dat het niet nodig is om al m’n vragen, gedachten en gevoelens voor Hem onder woorden te brengen geeft me rust. Hij verstaat van verre mijn gedachten.

De mensen om me heen reiken me daarbij regelmatig “antwoorden” aan, waarbij dankbaarheid voor mij wezenlijk is.

De Kapel

De veelkleurigheid van de kapelgemeente past bij mij, waarbij we het respect voor elkaars overtuiging nooit uit het oog mogen verliezen. Voor mij is de kerkgang vooral het samenzijn rond geloof, samen bidden en werkelijke gemeenschap vieren. Daarbij geniet ik van de warmte die er in de kapelgemeenschap heerst.

 

 

Sanumaya Lensen

Mijn naam is Sanumaya Lensen-Baan. Ik ben getrouwd met Manfred en samen hebben wij vier kinderen, Luca, Davi, Esmé* en Yara. Ik ben geboren in Kathmandu in Nepal. Tenminste dat is mij altijd verteld.

In Nepal gaat het niet zoals bij ons bij de burgerlijke stand. Daar werden in die tijd de kinderen niet geregistreerd. Nu proberen ze het wel een beetje bij te houden. Dat is toch wel erg lastig, aangezien er ook veel mensen in de bergdorpjes wonen. Zij moeten dagen lopen, voordat ze in Kathmandu zijn en dat doen ze meestal niet. Dit doet mij nog wel eens denken aan het verhaal van Maria en Jozef die ook op reis moesten.

Ik weet zelf niet hoe ik in het kindertehuis Balmandir ben gekomen. In het kindertehuis hebben ze altijd verteld dat ik daar gebracht ben samen met mijn zus. Zij is iets ouder en vertelt mij wel eens dat wij zijn gebracht door twee mannen.

In Nepal krijg je met de geboorte een stamnaam, net als hier een achternaam. In Nepal werken ze met het kastensysteem en dat is onderverdeeld in stammen. Na een tijdje krijg je een voornaam.

Mijn Nepalese naam is Bina Khatri. Deze namen draag ik nog steeds als mijn doopnamen. Sanumaya is ook een echte Nepalese naam. Wat in het Nederlands: “kleine liefde” betekend.

Adoptie

Toen ik 1,5 jaar was ben ik geadopteerd door Gerrit en Corrie Baan uit Rijssen. In 1996 leerde ik Manfred kennen, wij zaten bij elkaar in de klas. Manfred kwam uit Vriezenveen. Het gezin ging trouw elke zondag naar de Grote Kerk en er werd eveneens trouw bij elke maaltijd voor en na het eten gebeden.

De zondagsrust zat er daar nog echt in. Dat was wel even weer anders. Dat was ik niet meer gewend. Ik zat in die tijd op badminton en speelde op zondag wedstrijden. 

In 2000 ben ik samen met Manfred naar Nepal geweest, voor ons beiden een super mooie ervaring. Aangezien ik weinig informatie heb over mijn “roots” in Nepal, was het heel moeilijk om iets van mijn familie te vinden.

Ik vond het vooral heel erg mooi dat mensen je in Nepal zien als een echte Nepalees en dat zij het heel bijzonder vinden dat je een blanke vriend hebt. Daar werd ik dan ook vaak op aangesproken. 

Ook was ik een bezienswaardigheid toen ik een korte broek aan had, dat was ik hier gewend. In Nepal hebben de dames geen korte broek en een hemdje aan. Dat heb ik daarna in Nepal ook niet meer gedragen en ik heb netjes mijn lange broek en T-shirt aangedaan.

In Nepal zijn de meeste mensen Hindoestaans. Heel erg bijzonder om te zien hoe zij het geloof daar beleven. Het uit zich ook vooral veel in kleurtjes en muziek. Helaas heb ik te weinig ruimte om jullie nog meer van die mooie verhalen uit Nepal te vertellen.

De Kapel

In 2001 zijn wij vanuit Rijssen en Vriezenveen samen gaan wonen in Wierden. Vanaf die tijd gaan wij ook naar de Kapel. Voor ons gevoel waren wij daar direct welkom.

Het mooie hier vonden wij: “iedereen hing de jas netjes op in de gang en ging de kerkzaal in. Net zoals je thuis doet. Wij waren gewend om met de jas aan in de kerk te zitten. Klein en gemoedelijk kerkje.”

In 2003 is ons huwelijk in de Kapel ingezegend door da Maaike Schepers-van der Poll. Zij is een goede kennis van ons en wij vonden het erg bijzonder als zij de huwelijksdienst zou willen leiden.

Onze trouwtekst was 1 Cor. 13: 13 “Ons resten geloof, hoop en liefde deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde”. Dit proberen wij ook zoveel mogelijk in ons leven vorm te geven.

Ons gezin

In 2006 is onze oudste geboren en in 2008 is onze tweede zoon geboren. In 2009 werd ons derde kindje Esmé* geboren na een zwangerschap van 22 weken. Zij is overleden tijdens de geboorte, vanwege Trisomie 18. Dat zijn afwijkingen in het lichaam, waardoor de baby geen tot nauwelijks overlevingskans heeft. Een hele heftige tijd voor ons als gezin. 

In 2011 werd onze jongste dochter geboren, een dubbel gevoel, blij met haar geboorte, maar ook nog steeds verdriet. Esmé heeft voor ons nog steeds een plekje in het gezin. Onze kinderen kunnen er goed mee omgaan en we hebben het met enige regelmaat nog steeds over haar.

Als liefde voor ons gezin hebben wij een mooi schilderij laten maken. Een groot hart met daarin wij als ouders en onze vier kinderen. Hiermee ben ik op tv geweest bij de EO: “Geloven op 2”.

Via dezer link leest u het verhaal over de totstandkoming van dit schilderij.

Mijn geloof

Een heel levensverhaal, waarin verschillende ervaringen van mijn geloof betreft - naar voren zijn komen.

Van hindoestaans naar streng gelovig gezin in Rijssen. Van “geloof op de achtergrond” ontmoette ik Manfred uit een trouw gelovig gezin. En van trouw gelovig met toch wel redelijk strakke regels naar de wat minder streng gelovige Kapel. 

Door tegenslagen in een korte tijd: beide vaders zijn overleden aan kanker en het overlijden van ons dochtertje Esmé, werd het geloof voor mij toch wel lastiger.

Ondanks dat hebben wij altijd de hoop vanuit onze trouwtekst behouden dat wij nog weer verblijd mochten worden met een vierde kindje. Zeker geen vervanging van Esmé, maar een kindje dat zelf meer dan welkom was in ons gezin. 

Onze kinderen zitten op de Morgenster en gaan hier met plezier naar school. Wij hebben wel gekozen voor een christelijke school, omdat wij onze kinderen ook zeker het geloof mee willen geven.

Ook proberen wij met enige regelmaat naar de kerk te gaan. Wij vinden het zelf ook erg leuk om zo af en toe ook eens bij een andere kerk een dienst bij te wonen. Niet dat wij zo zeer over willen naar een andere kerk, maar dat is voor ons een stukje hoe wij het geloof beleven. Het verder kijken, hoe andere mensen het geloof beleven. 

Zelf vind ik de periode rond Pasen een mooie tijd gebaseerd op de mooie verhalen die in de Bijbel staan. Jezus die sterft voor onze zonden en mooi om te zingen “De Heer is waarlijk opgestaan.” Wij mogen verder gaan met ons leven, ondanks de dingen die wij fout doen.

Of God elke dag bij mij is, vind ik lastig om te zeggen. Het zijn meer de signalen die je mag ontvangen, waardoor je toch even weer denkt: Hij is er. 

Zo was ik vlak na de geboorte van onze jongste met haar bij de Wereld Winkel. Er stopt een auto voor de deur van de Katholieke Kerk waar een mevrouw uitstapte, die de winkel binnen liep. Ze keek rond en kocht alleen maar een knuffel. Ik kende deze mevrouw helemaal niet en ze gaf de knuffel aan mij en zei: “Deze is voor de baby.“ Ik ben er zelf de hele dag van onder de indruk geweest en dacht: “Er is echt meer; twee overleden opa’s en een zusje in de Hemel. We geloven in God: dit moest zo zijn”. 

Het spreekt mij aan hoe m’n geloof in bepaalde nieuwe liederen onder woorden wordt gebracht. Onze kinderen leren op school regelmatig Opwekkingsliederen die we dan samen via YouTube beluisteren en meezingen. Zelf vind ik het lied Opwekking 733: “Tienduizend redenen tot dankbaarheid” heel mooi.

Ondanks alles ben ik erg dankbaar met alles wat wij als gezin hebben en beleven. Wij hebben ons vastgehouden aan het geloof waarmee we blijven: “Geloven, hopen en liefhebben”. Ook nu er weer betere tijden komen. We proberen binnen ons gezin onze dierbaren onze liefde te geven en genieten ook juist van de kleine dingen.

“Tienduizend redenen tot dankbaarheid”

De zon komt op, maakt de morgen wakker;
mijn dag begint met een lied voor U.
Heer, wat er ook gebeurt en wat mij mag overkomen,
laat mij nog zingen als de avond valt.

Loof de Heer, o mijn ziel.
O mijn ziel, prijs nu zijn heilige Naam.
Met meer passie dan ooit;
o mijn ziel, verheerlijk zijn heilige Naam.

Heer, vol geduld toont U ons Uw liefde.
Uw Naam is groot en Uw hart is zacht.
Van al Uw goedheid wil ik blijven zingen;
tienduizend redenen tot dankbaarheid.

En op die dag, als mijn kracht vermindert,
mijn adem stokt en mijn einde komt,
zal toch mijn ziel Uw loflied blijven zingen;
tienduizend jaar en tot in eeuwigheid.

Verheerlijk zijn heilige naam.

Via deze link hoort u dit lied.

 

Kees Procee

Mijn naam is Kees Procee. Ik ben 76 jaar geleden geboren in Sumar, een klein dorpje in de Friese Wouden, waar ik tot mijn 15e jaar heb gewoond. Ik ervaarde daar de kerk vaak niet als zwaar dogmatisch, maar om zo te zeggen als vrolijk orthodox.

In 1956 kwamen we als gezin naar Almelo, waar ik ging werken bij Palthe. Uiteraard was de overgang van een Fries dorp naar de stad wel even slikken.

Ook kerkelijk was dit wel even anders. In Sumar was je hervormd of gereformeerd, meer smaken waren er niet. In Almelo kom je dan met meer stromingen in aanraking.

In 1958 ben ik aan een totaal nieuwe loopbaan begonnen. Van 1958 tot 1995 heb ik gewerkt bij de Koninklijke Marechaussee in diverse functies.
In mijn laatste functie was ik hoofd van de Centrale Recherche van de marechaussee.

Sinds 1963 ben ik gelukkig getrouwd met Nel, die ik in mijn Palthetijd had leren kennen. We hebben twee dochters en ook werden we de opa en oma van drie kleindochters.

In 1994 zijn we in Wierden komen wonen, vlak voor mijn vertrek bij de KMar. Daarvoor hebben we achtereenvolgens gewoond in Almelo, Harderwijk, Breda, Apeldoorn, Seedorf (Dld) en weer Apeldoorn.

Wat betekent geloven voor mij?

In mijn jonge jaren was in je opvoeding het geloof een vanzelfsprekendheid. Dagelijkse bijbellezing en het kerkbezoek waren een wezenlijk deel van je bestaan. Later wordt zoiets toch wel anders. Vooral het geloof in dingen die toen, in je beleving, als vaststaand golden gaan wankelen.

Een vraag zoals: “Is de inhoud van de bijbel iets dat waar gebeurd is of mag je twijfels hebben?” wordt een indringende vraag, die je bezig kan houden.

Interessant vind ik wat dat betreft een stelling die ik tegenkwam: “De bijbel hoeft niet waar gebeurd te zijn om toch waar te zijn”.
De bijbel heeft voor mij waarde in de zin van inspiratiebron.

Als je de bijbel leest als bron voor het op goede wijze om te gaan met jezelf en de mens en de schepping om je heen dan heeft de bijbel een grote waarde. Het is niet zinvol je druk te maken over de vragen of iets echt gebeurd is, maar lees de boodschap achter de verhalen, dan krijgt een verhaal pas een waardevolle betekenis.

Geloof moet een deel worden van je eigen innerlijk. Hoe kijk ik naar mezelf en hoe breng ik de opdracht om echt om te zien naar elkaar over naar anderen. Vooral de vraag “Hoe maak je dit waar in de wereld waarin je leeft” is een wezenlijke vraag voor mij. Als we kijken naar de wereld met al het geweld en mensonterend handelen dan bekruipt je het gevoel dat je met welk geloof dan ook geen kant op kunt.

Ook in onze persoonlijke omstandigheden, waarin we niet bepaald verschoond bleven van ziekte en zorg,  komt die vraag heel persoonlijk binnen. Wat kan ik er mee. Vaak denk ik dan toch aan onze trouwtekst uit het verhaal van de Emmaüsgangers  - “en Hij ging binnen om bij hen te blijven” -  Jezus niet tastbaar maar toch troostend aanwezig.

In dat geloof - vertrouwen -  mag je samen in je gezin werken aan vertrouwen naar de toekomst. Veel steun en hulp kregen we vanuit de Kapelgemeenschap en dan zie je toch dat het geloof in het omzien en liefde naar elkaar je overeind kan houden.

Wat betekent Jezus in mijn leven?

Als we in de bijbel het werk en leven van Jezus zien dan is zijn boodschap duidelijk gericht op de taak van de mens in deze wereld, gericht op vrede, gerechtigheid en liefde naar elkaar.

Helaas zien we hier in de praktijk weinig van terecht komen. Maar toch moeten we, vanuit bijbels perspectief ons inzetten voor de mens en de wereld om ons heen.

Het heeft weinig zin om ons bezig te houden met de letterlijke inhoud van de bijbel, als we de boodschap niet begrijpen en weten uit te dragen. Jezus ging ons daarin duidelijk voor.

Plaats in de Kapel

De Hervormde Kapel, waar we onderdak vonden na onze omzwervingen in Nederland en Duitsland was voor ons een kerk waar we ons direct thuis voelden.

De Kapel biedt ruimte aan ieder die de vrijheid zoekt om zijn geloof op eigen wijze invulling te geven. De zondagse kerkdienst is voor mij een moment van samenzijn in ogenblikken van stilte en inkeer. Het samen zingen en luisteren naar de boodschap van liefde en vertrouwen is inspiratie voor mijn omgang met mijn omgeving en de kijk op de problemen in de wereld.

In het kerkelijk jaar is de paascyclus voor mij het hoogtepunt. Het paasfeest is voor mij het nieuwe begin, nieuw leven, ruimte voor de toekomst. Geen einde in de dood, maar doorgaan in nieuw leven.
De graankorrel sterft, maar brengt daarna veel vrucht voort.

Persoonlijk geeft mij dat het gevoel van zingeving aan het leven, nu en in de toekomst, wat er ook mag gebeuren. Zo zie ik Goede Vrijdag en Pasen als begin en niet als een einde.

Ook de vraag over leven na de dood wordt dan niet een geloven in hemel of hel, maar in voortleven in de Geest.

Ik vind dat in het bijzonder terug in Lied 316:

Het is niet aan de overzij.
Wat zegt gij dan: Wie zal voor mij
de wijde oceaan bevaren,
wie brengt van de overkant der zee
de schat der diepe wijsheid mee,
die ’s levens raadsel kan verklaren?

Het is ook in de hemel niet,
hoe vaak gij ook naar boven ziet
en droomt van bovenaardse streken.
Wat gij ook in de sterren leest,
alleen de Geest beroert de geest,
alleen het woord kan ’t hart toespreken.

Het woord van liefde, vrede en recht
is in uw eigen mond gelegd,
is in uw eigen hart geschreven.
Rondom u klinkt de stem van God:
vrijspraak, vertroosting en gebod,
vlak voor u ligt de weg ten leven.

Via deze link hoort u vers 1 en 4 van dit lied.

 

Jan Voorbergen

Als je de vraag om in het kerkblad over jezelf te schrijven met ja beantwoordt, betekent dit al gauw dat je in het verleden gaat graven en dat beelden uit ‘lang vervlogen tijden’ naar boven komen.

Mijn naam is Jan Voorbergen. Mijn ouders kwamen van Pernis, het dorp dat ingeklemd ligt tussen de olieraffinaderijen, letterlijk onder de rook van Rotterdam. Halverwege de vorige eeuw werd ik in de Maasstad geboren en m’n broer volgde vier jaar later.

In 1959 verhuisden we naar Zwijndrecht en na enkele jaren naar Ridderkerk. We vormden met ons vieren een fijn gezin waar het gezellig en goed was met warme aandacht voor elkaar.

Onderwijs

Omdat ik een baan in het onderwijs ambieerde, begon ik na het Christelijk Lyceum in Dordrecht (en de dependance van deze school in Zwijndrecht) met de opleiding aan de Pedagogische Academie Koningin Wilhelmina in Rotterdam. Daarna kon ik in 1972 als leerkracht beginnen aan deze kant van de IJssel op een kleine basisschool in Beerzerveld.

Ankie en ik trouwden en zo kwamen we naar het oosten van het land. Eerst woonden we in Vroomshoop en in 1976 verkasten we naar Den Ham. Vanaf 1977 heb ik 35 jaar gewerkt aan twee basisscholen in Vroomshoop. In 2012 nam ik afscheid van het onderwijs waaraan ik voor het overgrote deel feitelijk alleen maar goede herinneringen bewaar. Ik ben nu dus ruim vier jaar thuis, maar dat moet niet al te letterlijk worden opgevat! We hebben twee kinderen en drie kleinkinderen. Allen gezond, wat wil je nog meer?      

Ik kom uit een Nederlands Hervormd nest. M’n broer en ik gingen naar de Christelijke lagere school. Op zondag was kerkbezoek een normale zaak. In Ridderkerk kozen m’n ouders voor een kleine gemeente die toen nog verkeerde in de fase van Buitengewone Wijkgemeente in Wording, een bekende situatie voor de Kapel in z’n eerste jaren.

Al snel kwam ik in het zondagsschoolwerk terecht. In een dienst waarbij kinderen en leiding van de zondagsschool actief zouden worden betrokken, werd mij gevraagd het orgel te bespelen.

Orgel en Piano

Op de muziekschool in Dordrecht had ik een paar jaar pianoles gehad, maar het kerkorgel was voor mij toen nog een vrijwel onontgonnen terrein.

Mijn vader was kerkorganist en hoewel ik van hem het een en ander had geleerd (of afgekeken), was het bespelen van dit instrument in een dienst bepaald niet zonder spanning, dat laat zich raden! Niet lang daarna ben ik mee gaan draaien in het organistenrooster.

De keuze die we zo’n 40 jaar geleden voor de Kapel maakten was weloverwogen. Na een vrij lange zoektocht en het bijwonen van diensten in diverse kerken voelden we ons het meest thuis in de Kapel. Wat het ‘geheim’ van de Kapel is? Misschien is het de ruimte die er wordt geboden in geestelijke zin, het ongedwongen met elkaar omgaan en de humor die er gelukkig ook mag zijn.

Mijn godsbeeld

Dit is, zoals bij veel mensen, in de loop der jaren veranderd. De god die in alles voorziet en op afstand bestuurt heeft bij mij gaandeweg plaats gemaakt voor de Heer die soms rakelings nabij is en die me een begaanbare weg wil wijzen in mijn leven en die mij verantwoordelijkheid heeft gegeven hoe ik moet omgaan met de medemens en met de wereld om mij heen. Toegegeven, dit zijn grote woorden en iedereen, ik dus ook, weet dat het in het leven van alledag lang niet zo gemakkelijk is om die woorden waar te maken.                                     

Menigeen zal het geloof op zijn of haar manier beleven en vorm geven. Die diversiteit komt tot uiting in de grote hoeveelheid kerkliederen waaruit we kunnen putten. Zingen is een bijzondere vorm van communicatie. Iemand noemde zingen: ‘Spreken op verhoogde toon’.

Liederen

Er is een aantal liederen waarmee ik me verbonden voel en waar ik dichtbij sta:

U kunt bovenstaande liederen beluisteren door de tekst aan te klikken.

Door het zingen van deze en andere liederen kan je ‘boven jezelf worden uitgetild’. Wat is het knap dat een componist de tekst van een dichter zo kan interpreteren dat de melodie die tekst op een verantwoorde manier ondersteunt. En ‘andersom’ gebeurt ook heel vaak: een dichter die een tekst op een bestaande melodie schrijft en die er ook een ‘organisch geheel’ van kan maken.

Als het over kerkliederen gaat, is het niet moeilijk een ‘bruggetje’ naar kerkmuziek te maken. En dan komt de organist en zijn/haar taak in de eredienst in beeld. De eerste taak voor een organist is het begeleiden van de gemeentezang. Bij nieuwe en moeilijke liederen is voor het orgel een leidende rol weggelegd, maar bij bekende melodieën kan die rol een andere zijn. Zoals kerkmusicus Willem Mesdag het eens verwoordde: “De gemeente zingt en de organist speelt er een mooie melodie bij”. Dat kan een tegenstem zijn. Ook kan het orgel worden ingezet om de sfeer en het thema van de dienst te accentueren, voor en na de dienst en na de overdenking.  

Ieder heeft zo z’n voorkeur. Zo vind ik de orgelmuziek van de Duitse componist Johann Pachelbel (1653 - 1706) erg mooi. Maar ook composities van iemand als Albert de Klerk (1917 - 1998) met akkoorden die behoorlijk kunnen ‘schuren’ met allerlei wrange klanken vind ik heerlijk om te beluisteren en te spelen.

Aan veel orgelwerken kom ik helaas niet toe, niet door tijdgebrek maar gewoonweg omdat ze voor mij te moeilijk zijn. Hier wreekt zich kennelijk het gegeven dat ik nooit (gedegen) orgelles heb gehad. Maar in het repertoire dat ik ‘aankan’, valt gelukkig nog veel te ontdekken! En dat blijf ik voorlopig graag doen.

Gij die alle sterren houdt in uw hand gevangen

Gij die alle sterren houdt in uw hand gevangen,
Here God, hoe duizendvoud wekt Gij ons verlangen!
Ach, ons hart / is verward,
leer het op uw lichte hoge rijk zich richten.

Christus, stille vaste ster, o Gij licht der lichten,
waarnaar wij van her en der onze schreden richten, –
geef ons moed; / ’t is ons goed U te zien, getrouwe,
uw hoog rijk te aanschouwen.

Via deze link hoort u dit lied.